Meditatie – Een thuisfront voor de zendeling
Meditatie, Novi Sad, Servië, september 2026.
‘En ik ben zeer verblijd geweest in de Heere dat uw denken aan mij eindelijk weer opgebloeid is; u hebt ook wel steeds aan mij gedacht, maar u hebt de gelegenheid niet gehad om het te tonen,’ Filippenzen 4:10.
Hebben alleen zendelingen of zendingswerkers een missie om van ‘huis en haard’ weg te trekken voor de verspreiding van het Evangelie en Gods Woord naar een plaats (meer of minder uit de comfortzone) waarheen God hen roept? Met andere woorden: hoe zit het met de mensen die om hen heen (willen) staan?
Wat ik hieronder wil doorgeven, ‘geleend’ van C.H. Spurgeon...&..., mogen mijn vrouw en ik onder Gods zegen zelf ervaren in ons gezonden zijn naar Servië...! En het kan u/jullie als (aspirant) ‘thuisfront’ des te meer bemoedigen ‘werk’ te maken van uw/jouw roeping tot zorg rondom ‘jouw’ zendeling / evangelist (of zendings-echtpaar c.q. -gezin).
Samen-werken in Gods Koninkrijk, ook al blijf je op je ‘eigen plaats / post’, waarheen God je eveneens geroepen kan hebben. Dit is in feite waarover de apostel Paulus schrijft in brieven aan respectievelijk Christ-gemeenten in Filippi en Efeze (zie ook ).
We slaan op en verder. De apostel schrijft over ontvangen gaven waar hij heel dankbaar voor is. Ze hebben aan hem ‘gedacht’, vers 10. Hoe warm klinkt dat! Ze hebben het ook concreet gemaakt.
En in vers 16 horen we: ‘(…) ook in Thessalonica hebt u mij een en andermaal iets gestuurd voor wat ik nodig had’.
De apostel denkt niet alleen aan zichzelf: in roept hij op hulp te geven aan twee evangelistes, Euodia en Syntyche (die hem zeer dierbaar lijken te zijn).
Vergelijk ook wat de Heere Jezus zegt in .
Vooral voorbede, bidden voor ‘jouw’ zendeling, is belangrijk. In zien we als voorbeeld dat ook de apostel gebed nodig heeft. Expliciet vraagt hij in verband met de verkondiging van het Evangelie om voor hem te bidden. De apostel weet dat Gods kracht in zwakheid wordt volbracht, . Hij weet het ook bij ervaring (bevinding), en ook de zendeling weet het bij ervaring. Inderdaad als de Heere het huis niet bouwt…, . Natuurlijk nodig is ook te bidden om het dagelijks brood voor de zendeling, om alles wat hij naar ziel en lichaam nodig heeft.
Spurgeon sprak op een mannenavond, jonge mannen (donderdagavond 16 april 1868). Hij was toen trouwens naar eigen zeggen zelf ook nog jong (in de dertig). Hij werd in verband met de avond bepaald bij een tekst uit het Bijbelboek Handelingen: : ‘uw jonge mannen zullen visoenen zien’ .... Hij paste de tekst op een bijzondere geestelijk-praktische manier toe op het zendingswerk. We kunnen erover lezen in zijn Autobiografie (Nederlandse vertaling), derde deel (van vier delen), p. 72v.
Niet ieder kan natuurlijk naar het zendingsveld, is zijn nuchtere constatering. Niet ieder is er geschikt voor of heeft de roeping tot dat werk. De meeste gelovigen zullen ‘thuis’ blijven. Even los van hun betrokkenheid bij een kerkelijke gemeente, zijn ze werkzaam in beroep, bedrijf of dienstensector, hebben meer of minder geld om handen, nemen hun plaats in in de samenleving. Maar Spurgeon zegt erop te vertrouwen dat ze toch nooit geheel en al zullen opgaan in wereldlijke aangelegenheden. En dan to the point: Wat behoren we onder andere voor de zending te doen?
Nou, stel eens, gaat hij een stap verder, dat een groep jonge mensen hier een gebedszaak van gaat maken. En dat de Heilige Geest dan na verloop van tijd duidelijk maakt: ‘Zonder die en die voor dat werk af,’ vergelijk . En dat anderen hier dan zeggen: jij wijdt je aan een menselijk gesproken ‘onzeker bestaan’. Maar wij willen jou steunen. We kennen jou en hebben vertrouwen in je. Onze lokale gemeente (kerk) wil je uitzenden, maar kan niet alle kosten van levensonderhoud voor je dragen. Dat zullen wij doen, je vriendenkring. Heb jij geloof genoeg om te gaan en te vertrouwen dat de Heere zal voorzien? Dan zullen wij geloof genoeg hebben en ook vrijgevig genoeg zijn om voor jouw behoeften te zorgen. Oftewel dan willen wij een thuisfront ... voor je zijn ....
Spurgeon sprak uit te wensen dat we zulke God toegewijde jonge mensen zouden hebben, die van hun zendeling houden, met hem meeleven, voortdurend van hem horen, en op zich nemen om in zijn onderhoud te voorzien.... En we kunnen toevoegen: die voortdurend voor hem bidden.
Nog wat dichter bij de toehoorders gebracht, dringt zijn vraag zich op of die er niet wat mee zouden kunnen doen, oftewel of dit niet door hen zou kunnen worden opgepakt. ‘Zo ja’, eindigt Spurgeon, ‘dan zal het mij een grote blijdschap wezen er een visioen van gezien te hebben’.
Daar hoef ik toch eigenlijk niets aan toe te voegen. De toepassing naar ons toe, rolt er als vanzelf uit. Tenminste als we de aangereikte boodschap ter harte willen nemen. Doen we dat?
Het gaat om een meelevend email-briefje aan ons als zendingsechtpaar in Servië (van Jan-S. M. – 30 maart ’24) als reactie op een berichtje dat we stuurden aan de Vrije Baptistengemeente ‘Elim’ te Heerenveen:
Velen van ons herinneren deze periode (PMM: toen een groep van Elim-jongeren in Servië was, om te helpen in het missionproject hier) vast.
En mooi om deze terugkoppeling te lezen. Het mededelingenblad is vrij vluchtig, en wil dit in het ElimNieuws plaatsen. Kopij is 19/4 dus ruim op tijd, en zal in de week erna worden gedrukt/verstuurd.
Dank ook aan jullie voor het zendingswerk, want dat is waar het om gaat als we Jezus volgen. Zenden is zaaien. De afstand maakt niet uit.
Fijn dat Reino jullie al zo lang ondersteunt en jullie een fijn team om jullie heen hebben. Waardevol om zo contact te houden.
Alle goeds en fijne Pesach,
Jan-S. M.’ ...
‘Heere, dank U dat we als gelovigen samen de schouders onder het zendingswerk mogen zetten. Wilt U ieder van ons maar gebruiken óf op het zendingsveld óf in een thuisfront groep óf nog wat toegespitst in een thuisfront-commissie’.
Uw Pier Meindertsma






















